De geschiedenis van Turkije en Nederland gaat terug tot de 16e eeuw met diplomatieke en handelsbetrekkingen, waarbij het Ottomaanse Rijk (voorloper van Turkije) in 1612 de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden erkende, een primeur voor Nederland.
Officiële diplomatieke betrekkingen (413 jaar)
1612: Dit is het officiële startjaar. Cornelis Haga kwam toen aan in Constantinopel als de eerste Nederlandse ambassadeur bij het Ottomaanse Rijk.
Erkenning: Het Ottomaanse Rijk was hiermee een van de eerste mogendheden die de jonge Nederlandse Republiek formeel erkende tijdens de Tachtigjarige Oorlog.
Formele vriendschap tussen de moderne republieken
1924: Hoewel de relaties al eeuwen oud waren, werd na de stichting van de Republiek Turkije in 1923 een nieuw Vriendschapsverdrag getekend. In 2024 werd het 100-jarig bestaan van dit specifieke verdrag groots gevierd.
1964: Het Wervingsverdrag werd getekend, wat de start markeerde van de grootschalige komst van Turkse gastarbeiders naar Nederland. Dit legde de basis voor de huidige maatschappelijke verwevenheid. Naast deze officiële jaartallen gaan de eerste contacten tussen kooplieden zelfs nog verder terug, tot zeker 1561.
Vanaf 1561 meegerekend hebben Nederland en Turkije in 2025 in totaal 464 jaar aan contacten
Hoewel de officiële diplomatieke relatie in 1612 begon met de komst van ambassadeur Cornelis Haga, dateren de eerste informele en handelscontacten van vóór die tijd:
1561: De vroegste gedocumenteerde contacten vonden plaats tussen Nederlandse kooplieden en het Ottomaanse Rijk. Nederlandse schepen voeren toen al op de Middellandse Zee voor de handel in onder andere specerijen en textiel.
1566–1569: Tijdens de beginjaren van de Tachtigjarige Oorlog zochten de Nederlandse opstandelingen steun bij de sultan. In 1569 is er bewijs van Ottomaanse hulp aan de Nederlanders in hun strijd tegen de Spanjaarden.
1612: De formele start van de diplomatieke betrekkingen (413 jaar geleden).
Vanaf 1561 hebben Nederland en Turkije een rijke gezamenlijke geschiedenis die begon met informele handel en uitgroeide tot een strategisch bondgenootschap tijdens de Nederlandse Opstand. In 2025 markeert dit 464 jaar aan contacten.
De “Liever Turks dan Paaps” Strategie
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568–1648) tegen het katholieke Spanje zochten de Nederlandse opstandelingen steun bij het Ottomaanse Rijk. De sultan was de grootste vijand van de Spaanse koning Filips II, wat van hen natuurlijke bondgenoten maakte.
Geuzenpenningen (1570): Nederlandse vrijheidsstrijders droegen zilveren penningen in de vorm van een halve maan met de tekst “Liever Turks dan Paaps”. Dit betekende dat zij liever onder de religieuze tolerantie van de sultan leefden dan onder de onderdrukking van de katholieke paus en de Spaanse inquisitie.
Geheime Diplomatie (1569): Willem van Oranje stuurde in 1569 een gezant naar de invloedrijke bankier Joseph Nasi in Constantinopel om militaire en financiële steun te vragen tegen Spanje. De sultan zegde steun toe en moedigde de opstandelingen aan, omdat een verdeeld Europa gunstig was voor het Ottomaanse Rijk.
De Directie van de Levantse Handel (1625–1826)
De economische motor achter de relatie was de Levantse handel (handel met de oostelijke Middellandse Zee). Om de handel in goede banen te leiden, werd in 1625 de Directie van de Levantse Handel en de Navigatie op de Middellandse Zee opgericht.
Export uit Nederland: Vooral het beroemde Leids laken (hoogwaardige textiel) was zeer gewild in het Ottomaanse Rijk. Daarnaast werden zilveren munten, hout en wapens geëxporteerd.
Import uit Turkije: Nederlanders haalden luxe goederen zoals zijde, angorawol, katoen, krenten en gedroogd fruit uit steden als Izmir (Smyrna) en Istanbul.
Bescherming: De Directie zorgde voor de beveiliging van koopvaardijschepen tegen piraterij in de Middellandse Zee door konvooien en oorlogsschepen te financieren.
Culturele Uitwisseling: De Tulp
De meest blijvende erfenis van deze periode is de tulp. Hoewel vaak gezien als oer-Nederlands, kwam de bloem via de Ottomaanse hoven naar Europa. De eerste tulpenbollen werden in de 16e eeuw vanuit Turkije naar de Kruidtuin in Leiden gestuurd, wat leidde tot de beroemde “Tulpenmanie” in de 17e eeuw.
Grootste Investeerder: Nederland is consequent een van de grootste buitenlandse investeerders in de Turkse economie, vaak gerapporteerd als de nummer één bron van directe buitenlandse investeringen (FDI).